Lente 2009
5. Nieje naobers
Wat vooraf ging…
Fleur (38), haar man Enno (41) en hun vier kinderen (Koen 12, Roos 10, Tim 7 en Juul 4) verhuisden onlangs van Amsterdam naar een klein dorp op het platteland. Fleur moet erg wennen in haar nieuwe omgeving. Vaak voelt ze zich alleen omdat Enno het merendeel van de tijd in het westen is voor zijn werk. Gelukkig ontmoet Fleur gaandeweg steeds meer nieuwe mensen. Ze heeft al kennis gemaakt met haar buurvrouw Ellie, ook wel het bosvrouwtje genoemd, omdat ze altijd door de natuur struint. En met Hein Dankevoort, de buurtburgemeester. Als Fleur de uitnodigingen voor het intrekkersmoal persoonlijk rondbrengt bij haar buren, stuit ze op een aardige man: Florian Haerst. Hij blijkt de neef te zijn van haar zieke buurvrouw, vrouw Pasman.
en beetje onwennig zit Fleur aan het bed van haar buurvrouw, vrouw Pasman. ‘Wat aardig dat u me komt opzoeken’, kraakt de oude dame. ‘Ik had van de thuiszorg en mijn neef al begrepen dat er nieuwe mensen in het huis hiernaast waren komen wonen. Bevalt het een beetje? Uw stulpje is vast van alle moderne gemakken voorzien? Heb ik gelijk of niet? ’t Was me nogal een verbouwing. Wat een lawaai, wat een gedril. De huizen staan hier dan wel niet dicht op elkaar, maar juist als je de stilte zo gewend bent, komt elk geluidje door. Ach, jullie hebben gelijk hoor. Compleet uitgewoond was het, toen jullie het kochten. Ik weet niet wat voor taferelen er zich vroeger allemaal hebben afgespeeld in die woning van jullie. Die vorige eigenaars waren vreemde vogels. Nooit groeten, nooit een praatje, gekke kleren, om de haverklap een andere auto voor de deur. Wie daar allemaal over de vloer kwamen, ik weet het niet. Gespuis. Op een dag waren ze allemaal gevlogen. Opgepakt door de politie, vermoed ik. Ze hadden vast iets op hun kerfstok. Dat kan niet anders. Je laat de boel toch niet zo achter als zij deden. Ik ben wel eens stiekem gaan kijken. Niet alleen uit nieuwsgierigheid hoor, ik was ook bezorgd. Wilde controleren of ze wel echt weg waren. De laatste keer dat ik daar voor die ramen stond, zag ik…’
‘Tante… sorry dat ik stoor, maar euhh, maakt u zich niet te druk? Wilt u nog een kopje thee?’ Neef Florian stapt de slaapkamer binnen. Met een kopje thee op een dienblad. Zorgvuldig zet hij het dampende kopje op het nachtkastje. Daarna buigt hij zich voorover om de kussens van zijn oude tante nog eens lekker op te schudden. Vrouw Pasman kijkt hem een beetje geïrriteerd aan, zegt niets. Florians bezorgde blik gaat van vrouw Pasman naar Fleur die de stille hint begrijpt. ‘Oei, is het al zo laat,’ zegt ze, op haar horloge kijkend. ‘Ik moest maar weer eens gaan. ’t Zou fijn zijn als u kunt komen, volgende week zondag, buurvrouw. We hebben de hele buurt uitgenodigd voor een borreltje en een lopend buffetje.’ Vrouw Pasman lijkt met haar gedachten alweer ergens anders, ver weg. Als Fleur opstaat om haar een hand te geven, pakt ze die ineens stevig vast en trekt Fleur naar zich toe. Zachtjes mompelt ze: ‘Pas goed op jezelf, meisje. Het kan hier af en toe flink spoken.’
Een beetje beduusd staat Fleur even later weer buiten. Wat een raar bezoek. Het is één van de twee: of vrouw Pasman ijlt of ze dementeert. Helder is ze in ieder geval niet. Fleur heeft de woning zelf nooit in verwaarloosde staat gezien. Toen zij voor het eerst ging kijken, zag het er weliswaar oud uit, maar uitgewoond? Nee, dat zeker niet. Ze zal er Enno vanavond eens naar vragen. Wie weet trof hij het huis bij de eerste bezichtiging heel anders aan.
Fleur zucht eens diep. Bestaan er grotere contrasten in een familie? Die aardige, knappe Florian met z’n dure smaak en vrouw Pasman met haar spookverhalen passen toch helemaal niet bij elkaar? Ze begrijpt best dat Florian zich af en toe flink geneert voor zijn tante. Al is ze oud en wat warrig, iemand zo de stuipen op het lijf jagen geeft geen pas. Fleur denkt nog even na over het gesprek met Florian dat ze zojuist fluisterend in de keuken heeft gevoerd. Hij had zich verontschuldigd voor het gedrag van zijn tante. Haar fantasie slaat de laatste tijd flink op hol, had hij gezegd.
Waarschijnlijk kwam het door de zware antibiotica. Misschien kon ze niet goed tegen de medicijnen. Logisch dat de buurt haar ‘vergat’. Nu ze toch al een maand ziek was, had alleen Elly de moeite genomen haar af en toe op te zoeken. Wie heeft er zin in het gebazel van een oude vrouw? Veel meer familie om voor haar te zorgen was er niet. Vrouw Pasmans enige zoon was geëmigreerd naar Canada. Florian kon zich eigenlijk ook niet vrijmaken om voor zijn zieke tante te zorgen, maar hij wilde haar niet in de steek laten. Niet na alles wat zij voor hem had gedaan. Florian was in zijn jeugd kind aan huis geweest op de boerderij van de Pasmans. Alles kon en mocht er altijd. Samen met zijn neef speelde hij op de hooizolder, haalde hij kattenkwaad uit en hielp hij met het verzorgen van de dieren. Later was hij regelmatig in de weilanden of bossen te vinden om het landschap te ‘portretteren’. Vrouw Pasman had hem geen strobreed in de weg gelegd. Ze vond dat hij talent had en moedigde zijn schildersaspiraties zelfs aan. Zijn ouders waren een stuk strenger voor hem geweest. Ze hadden een wolwinkeltje middenin het dorp en wilden dat hij dat zou overnemen. Florian zag dat niet zitten. Hij had geen enkele interesse in de detailhandel. Hij wilde naar de kunstacademie. Hij wilde creëren! De beelden die in zijn hoofd zaten moesten op het doek. Zijn ouders waren teleurgesteld. Ze zagen met geen mogelijkheid hoe Florian zijn geld zou kunnen verdienen met kunst. Ze dreigden hem zelfs het huis uit te zetten. Het was een vervelende periode. Daar kwam pas een einde aan toen vrouw Pasman aanbood Florian een tijdje onderdak te verlenen. Haar enige zoon was net vertrokken naar Canada. Zijn ouders konden zo langzaam aan het idee wennen dat hun zoon kunstenaar was en geen winkelier. Met tegenzin gingen de ouders van Florian uiteindelijk op zoek naar een opvolger, zodat hij alsnog naar de kunstacademie kon. Hij bleek succesvol. In de stad had hij nu een galerie waar hij naast eigen werk ook dat van anderen verkocht. Al de tijd dat hij hier was, zat de galerie dicht. Fleur begreep wel dat Florian hoopte dat zij zou zeggen: ‘Ik kijk wel af en toe bij je tante om de hoek.’ Maar ze zei het niet. Fleur vond vrouw Pasman vreemd en had genoeg aan haar eigen gezin. De gedachte aan de kinderen, doet haar opschrikken. Vlug werpt ze een blik op haar horloge. Shit, al kwart over vijf. Ze moet opschieten. Juul moet gehaald worden van een speelafspraak en ze moet koken. Enno zou vanavond op tijd thuis komen, zodat ze samen konden eten en vanavond gezellig met z’n tweeën op de bank duiken.
Met grote passen loopt Fleur naar huis. Het weer is omgeslagen. Het miezert een beetje. ‘Gatverdamme, waarom hebben we hier nooit eens zon’, moppert ze als ze de keukendeur opendoet. ‘Verrassing!’ roepen haar kinderen in koor als ze haar zien. Bij het gasfornuis staan Koen en Roos druk te bakken. De één kijkt geconcentreerd naar iets dat op een pannenkoek lijkt. De ander staat er met een bord naast. Tim en Juul roeren professioneel door een grote schaal met pannenkoekenmeel. Haar oog blijft rusten op Juul. ‘Hé, was jij niet spelen bij Anne? Ik zou je toch ophalen? Je bent toch niet alleen thuisgekomen?’ Juul kijkt haar uitdagend aan. ‘Nee joh. De moeder van Anne vond dat het te lang duurde, voordat je kwam. Ze heeft me net thuisgebracht. Ze vroeg aan Koen waar jij was.’ Koen knipoogt naar zijn moeder. ‘Ik heb haar gezegd dat je even snel een boodschap moest doen. En dat ik wel op Roos kon passen. Dat kan ik toch ook al wel, mam? Ik ben twaalf! Moet je nou eens kijken wat een lekkere pannenkoeken we hebben gemaakt voor het eten.’ Handig manoeuvreert Koen de pannenkoek op het bordje dat zijn zus vasthoudt. Fleur kijkt eens rond in haar keuken. Wat een bende! Ze voelt iets van boosheid opkomen. Veel liever had ze een lekkere ovenschotel gemaakt. Ze slikt de woede weg. Zelf was ze de tijd vergeten, het had dus nu geen zin haar kinderen een standje te geven. Met enige moeite zegt ze: ‘Wat knap jongens! Jullie zijn – ondanks de troep die jullie hebben gemaakt – mijn team. Kom hier, dan doen we een groepsknuffel. Net op dat moment rijdt de auto van Enno de oprit op. ‘Papa!’, roepen de kinderen in koor.
Als even later de complete familie uitgelaten en vrolijk aan tafel zit, voelt Fleur een gelukskriebel in haar buik. Dít is wat ze wil. Gewoon zorgeloos met het hele gezin aan tafel zitten. De melige pannenkoeken neemt ze op de koop toe. Ze kijkt op naar Enno die druk verwikkeld is in een discussie met Roos over of ze nu wél of niet naar het journaal van acht uur mag kijken. Enno vindt haar duidelijk nog te jong. ‘Als je al die ellende op het scherm ziet, kun je niet slapen, meisje. Ga je misschien wel náár dromen’, zegt hij vaderlijk. De ‘boze’ buitenwereld lijkt op dit moment ver weg. Toch kan Fleur het niet helpen dat ze steeds moet denken aan de laatste woorden van vrouw Pasman. Wat bedoelde zij eigenlijk toen ze zei: ‘Pas goed op jezelf, meisje. Het kan hier af en toe flink spoken…’
(wordt vervolgd)
Tekst: Margriet van Buren Illustratie: Elly Overberg






